Dan eten ze toch taart?

Blog Guido Walraven

Wanneer was jij voor ‘t laatst echt boos over een maatschappelijke kwestie?  De Engelse uitdrukking ‘to get your dander up’ betekent boos of geïrriteerd raken. Twee gevoelens die een mooi begin kunnen vormen voor een column op de website van Dander.

Wat mij boos maakt is de gemakzuchtige manier waarop er over zelfredzaamheid wordt gesproken. De ideologische context irriteert me. Wat nodig is, is een inspirerende aanpak voor een samenleving die burgers betrekt en activeert. Maar een onsje minder zou ook al een goed begin zijn.

Wie in tijden van economische crisis wil bezuinigen, zoekt ook een verhaal om die bezuinigingen te rechtvaardigen. Bezuinigen op voorzieningen voor de zwakkeren in de samenleving, gebeurt nu met het t verhaal van ‘zelfredzaamheid’.

Mensen die in isolement leven aanraden om ‘hun sociale netwerk in te zetten’ is een aanbeveling in de categorie ‘dan eten ze toch taart?’.Dat zei de Franse koningin Marie Antoinette aan de vooravond van de Franse Revolutie, toen ze hoorde dat het volk geen brood had om te eten.
Het gebrek aan inlevingsvermogen dat daaruit spreekt, klinkt ook door in de ieder-voor-zich- ideologie die achter het zelfredzaamheidsverhaal zit. Die ideologie is wijd verbreid en wordt omarmd door politici van rechts tot links. Was het maar waar dat die alleen in neo-conservatieve en neo-liberale kringen populair zou zijn; was het maar waar, dat zou lekker overzichtelijk zijn.

Mijn irritatie heeft alles te maken met de vernedering van de mensen waar het over gaat. Die worden weggezet als losersen profiteurs. Als het je niet lukt, dan is dat je eigen schuld.

Ik ben dan geneigd te gaan dromen over een rechtvaardige samenleving, waarin solidariteit bestaat. Maar de filosoof Margalit wijst erop dat het urgenter is om na te denken over een ‘fatsoenlijke samenleving’ (1996). Dat is een samenleving waarin instituties de burgers niet vernederen. Er zijn geen tweederangs burgers. Het is (als je het positief formuleert) een samenleving ‘die via haar instituties respect betoont aan mensen die onder haar gezag vallen’. Dat houdt volgens Margalit ook in, dat mensen beschermd worden tegen vernederingen die samenhangen met de marktsamenleving. Volgens hem vormt die marktsamenleving namelijk eerder het probleem dan de oplossing.

De invulling van het concept ‘fatsoenlijke samenleving’ gaat over menselijke waardigheid, over niemand uitsluiten van volwaardig mens-zijn. En de invulling blijft ver van de spruitjeslucht die hier vaak rond het woord ‘fatsoen’ hangt. Het gaat niet om benepen burgerlijkheid, maar om hoe instituties ruimte bieden aan eigentijds burgerschap. Gelukkig zien we recent allerlei initiatieven van onderop waarbij die ruimte door de burgers zelf wordt geschapen. Dat geeft hoop.

Guido Walraven is lector ‘Dynamiek van de stad – lokale en globale netwerken’ bij Inholland en coördinator Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen.