#GesprekInDeKlas - wat willen leerlingen van hun docent?

Blog Charissa Dechène

“Meneer toen ik gisteren thuis op mijn hoofd stond, kwam er bloed uit mijn mond” zei Rachelle tegen de “meester”, haar docent burgerschap op het ROC, “…mijn moeder zei, dat het misschien het restje van mijn ongesteldheid was”. Geen van haar klasgenoten keek echt op. Ik vroeg me af of hoe Rachelle haar thuis eruit zag, en of haar moeder dat nou echt gezegd had? Ik nam me voor om in ieder geval extra aandacht te besteden aan uitleggen wat ik bedoelde met mijn onderwerp “botsende waarden in de klas”.

Botsende waarden in de klas
De botsende waarden en gevoelige onderwerpen waar ik het over wilde hebben, zijn vooral maatschappelijke onderwerpen die horen bij burgerschapsonderwijs en daar is veel over te doen geweest. Zie bijvoorbeeld hier en hier.

Ik bezocht het afgelopen jaar Amsterdamse klassen om bij leerlingen tips te halen over hoe zij vinden dat docenten onderwerpen als terrorisme, geweld, homoseksualiteit en religie het beste kunnen bespreken. Om écht aan te kunnen sluiten bij de behoeftes van leerlingen is het belangrijk te begrijpen wat leerlingen nodig hebben in de klas. Daarom zette GesprekInDeKlas leerlingen in als experts. Leerkrachten konden aan de hand van de tips met elkaar in gesprek gaan om burgerschapsonderwijs nog structureler vorm te geven op school.

Hoe zit dat voor jou?
“Eén op de acht leraren in Amsterdam zegt dat gevoelige onderwerpen niet meer besproken kunnen worden.” (Parool, 1 februari 2017) Wat we weten is dat de belevingswerelden van leerling en docent soms kilometers ver uit elkaar liggen. Dat was al zo toen ik zelf op school zat, maar de etnische, sociale en culturele diversiteit is sindsdien alleen maar toegenomen.

Het overbruggen van de kloof vraagt van leerkrachten dat ze een actieve link maken met de belevingswereld van leerlingen. “Hoe zit dat voor jou, hoe kom je tot die mening, wat doe je dan, hoe voel je je daarbij?” Wat betekent het dat Fatima uit de MBO klas zegt “soms voelt het heel discriminerend, als we het in de klas hebben over aanslagen”? Wanneer die link tussen leerling en leerkracht er eenmaal is, is het overbrengen van de democratische waarden waar het in burgerschapsonderwijs (ook) over gaat, eigenlijk pas echt mogelijk.

Dit viel me op
Mijn ontdekkingsreis langs klassen voor Gesprek in de Klas zit er in 2018 op, dit viel me op:

· Het is leuk leerlingen te vragen hoe leerkrachten hun werk nóg beter kunnen doen (ik kan het je aanraden ;-))
· De tips van leerlingen zijn niet allemaal even toepasbaar of zelfs wenselijk (“ik wil niet over actuele gebeurtenissen spreken in de klas”). Maar ze zijn wel allemaal de moeite waard om serieus te bekijken én te bespreken met collega docenten; wat vinden we ervan, wat zit er achter zo een top, wat zijn de kernwaarden waar wij als school voor staan?
· Veel onderwerpen leken helemaal niet een enorm taboe te zijn voor leerlingen om te bespreken, maar vooral voor docenten een hoge drempel te zijn. (Dit gebeurde vooral wanneer de mening van leerlingen sterk verschilde van eigen mening van de leerkracht.)
· Er zijn leerlingen die niet bang zijn om hun mening te geven. Maar er zijn ook leerlingen die hun mening niet durven geven wanneer zij weten dat er dan een heftige discussie ontstaat in de klas. Zij praten liever in kleine groepjes over onderwerpen en naar aanleiding van filmpjes en stellingen.

Deze docent slaat voor mij de spijker op zijn kop: “Als je altijd praat met leerlingen is het niet moeilijk gevoelige onderwerpen te bespreken. Docenten moeten investeren in het contact met leerlingen.” (Parool, 1 februari 2017).

Charissa is sociaal-cultureel onderzoeker. Naast haar werk bij Dander is ze als vrijwilliger actief als UNICEF jeugdvoorlichter en bij de VoorleesExpress.